loading...

Dirigent Jan Cober in interview over succes en de keerzijde
© Koninklijke Harmonie Sainte Cécile Eijsden

Succes en de keerzijdes volgens dirigent Jan Cober.

In De Limburger een interview met dirigent Jan Cober van Koninklijke Harmonie Sainte Cécile Eijsden over de worsteling van een topdirigent.

Lees het hele artikel => de worsteling van een topdirigent

Jan Cober, de maestro van Limburg, is na dertien jaar terug als dirigent bij zijn eerste liefde, de Koninklijke van Thorn. Terugkijkend op zijn loopbaan komt de 66-jarige musicus tot verrassende conclusies.

Halverwege het interview stokt de spraakwaterval die Jan Cober tot dat moment is. Dan wordt het plotseling even stil, breekt zijn kwetsbaarheid door en is hij de man met twijfels. De andere Jan Cober, niet de streber of de strenge leider die hij naar eigen zeggen wel kon zijn. Hij vertelde hoe hij door schade en schande heeft geleerd dingen aan te pakken, als musicus, dirigent en als rolmodel dat hij voor velen is in de (Limburgse) blaasmuziekwereld. Maar het gevoelige punt van dit moment huist op privévlak.

Wijzend naar een ingelijste tekening van zijn vriendin, kinderen en kleinkinderen aan de muur: "Soms voel je je schuldig. Het werk bracht veel succes en daardoor had ik minder aandacht voor mijn gezin.” Misschien te weinig? "Je leert van het leven”, zegt de maestro regelmatig tijdens het gesprek. Ook Cober heeft in zijn leven periodes gekend dat hij werd geconfronteerd met een harde leerschool, vertelt hij met tranen in zijn ogen. "Dat je écht van dingen leert.”

Zoals verbroken relaties? Of het feit dat je vanwege je beroep veel van huis bent geweest?
"Laat ik het zo zeggen: ik heb niet de grootste bijdrage aan de opvoeding van de kinderen geleverd. En toch hebben de kinderen altijd een goed thuis gehad. En ik ook. Na mijn werk of verblijf in het buitenland moet ik terug kunnen naar een basis, mijn gezin. Ik heb dat, denk ik, van mijn ouders meegekregen: normen en waarden, veiligheid, vertrouwde situaties, maar ook altijd een luisterend oor. Hoe ouder je wordt, hoe vaker je refereert aan waardes die je ouders je hebben gegeven.”

"In mijn klarinetspel doe ik veel intuïtief. Als docent is het mijn taak die intuïtie te vertalen voor mijn studenten. Ik moet uitleggen wat en waarom ik dingen doe. Zo is het ook met opvoeden. Ik heb nog steeds een goede verstandhouding met mijn vorige relaties, mijn kinderen mogen geen last hebben van de scheiding. Nu wil ik tijd vrij maken voor hen en de kleinkinderen.”

(Met een brede lach:) "De gezinsman begint zich steeds meer te ontwikkelen. Op dit moment ben ik vijf jaar samen met Henriëtte. Zij is mijn baken thuis. Een inspiratiebron door haar enorme relativerende vermogen en haar geduld. Dat is de lerares in haar, denk ik. Dat geduld, het luisterende oor; die eigenschappen heb ik pas de laatste jaren ontwikkeld. Ik luister nu ook liever naar iemand, dan dat ik mijn verhaal vertel.”

Je bent na zestien succesvolle jaren als klarinettist naar dirigent geswitcht, waarom?
"Ik was elf jaar toen ik met mijn moeder naar de Koninklijke Harmonie van Thorn ging luisteren op het Wereld Muziek Concours in Kerkrade. Dat was een openbaring voor me. De muziek greep me, emotioneerde. Ik was gefascineerd door het dirigeren. Dat moment vergeet ik nooit meer. Maar mijn vader was al klarinettist bij de harmonie en zoals gebruikelijk ging dat over van vader op zoon. Daar werd niet over gediscussieerd."

"Naar huidige normen ben ik laat begonnen met spelen, ik was twaalf. Klarinet is een relatief makkelijk instrument. We zeggen wel eens lachend dat je een klarinet maar uit het raam hoeft te houden en er komt wel geluid uit. De keuze voor een instrument wordt niet alleen bepaald door fysieke aanleg, maar is ook een kwestie van karakter. Hoornisten zoeken naar verbinding; trompettisten worden vaak moedig genoemd, fagottisten en hoboïsten gedistingeerd, handige techneuten die altijd zelf rietjes in elkaar knutselen."

"De dirigent bespeelt een allesomvattend instrument, waarbij al die karakters van instrumenten en persoonlijkheden moeten worden verbonden door middel van muziek. Een unieke communicatie, die mij altijd heeft getriggerd.”

Je hebt de pensioenleeftijd bereikt. Toch start je opnieuw bij de Koninklijke Harmonie van Thorn. Nog één keer WMC-kampioen?
(Glimlacht:) "Ik ben begonnen bij de Koninklijke en nu keer ik weer terug. Ja, de cirkel is bijna rond. Ik heb deze stap gezet, omdat er behoefte is aan een toekomstbestendige vereniging. Bij een grote vereniging in een klein dorp moet je een basis bouwen die garandeert dat je voor langere tijd verzekerd bent van kwaliteit en betrokkenheid. Je moet het gevoel geven dat iedereen belangrijk is."

"De Bokken leunen op sociale contacten en activiteiten voor de gemeenschap, zoals muziekles op scholen en serenades bij jubilea. Je ziet bij zulke orkesten de hoogste artistieke prestaties op de lange termijn. Als je die wortels loslaat en mensen van buiten haalt - die vaak verbonden zijn aan een dirigent - die alleen maar komen voor het muzikale niveau, dan heb je niets meer op het moment dat die wegvallen."

Terugkijkend: waar ben je het meest trots op?
"Je bent zo goed als je laatste concert. Je creëert iets op dat moment. Trots ben ik zeker. Dat ik kan delen, kennis en ervaring kan doorgeven, investeren in jeugd. Dat vind ik belangrijk. Te lang stilstaan, doe ik niet. Ik investeer in de toekomst. Dat is het rusteloze in mij: de drang om het beste uit mezelf en anderen te halen. Uiteindelijk gaat het om de beleving en moet prestatie niet het enige doel zijn."

"Je moet een klimaat scheppen waarin mensen optimaal kunnen voldoen, maar ook zelf voldaan zijn over hun prestatie. Ik zie op concoursen te vaak muzikanten die hun lesjes opzeggen in een strak keurslijf. Magie ontstaat als het orkest zelfstandig uitvoert wat ik ze heb geleerd, waardoor een inspirerende wisselwerking ontstaat. Dan kan ik ze loslaten."

Brengt jouw positie als maestro van Limburg verplichtingen met zich mee?
"Er zijn mensen die mij een grootheid en macht toedichten die ik niet zo ervaar. Maar ik ben me ervan bewust dat ik voor velen een voorbeeldfunctie heb. In mijn beginjaren dacht ik dat ik me alles kon permitteren, dat hoorde bij het imago en ‘de sterallures’. Ik streefde naar perfectie, waardoor ik me wel eens erg venijnig uitdrukte.”

Wat staat nog op je wensenlijst?
"Een professioneel harmonieorkest in Limburg. Dat wordt node gemist. Kijkend naar mijn leven weet ik dat ik ooit mijn werk moet loslaten. Dat zal heel moeilijk zijn. Maar het heeft me ook een enorme rijkdom opgeleverd. Inmiddels zijn ontzettend veel van mijn wensen vervuld. (Opnieuw lachend:) Ja, en natuurlijk de gezinsman ontwikkelen en opa zijn.”



nieuwsoverzicht »